In 3 stappen je grenzen aangeven (tips uit een assertiviteitscursus)

Op je strepen staan is essentieel om jezelf assertief op te kunnen stellen. Je zal moeten weten waar je grenzen liggen en – wanneer iemand op het punt staat deze te overschrijden – weten hoe je hem of haar daarop aanspreekt. Iets dat je doorgaans alleen leert tijdens een assertiviteitscursus (maar nu ook hier!)

Te vaak overschrijd jij je eigen grenzen. Je zegt “Ja”, terwijl je “Nee” bedoelt. Je zwijgt wanneer je het ergens niet mee eens bent, of neemt meer hooi op je vork dan je aankunt. Om conflict te voorkomen, een discussie uit de weg te gaan of zodat anderen je aardig vinden.

Dat voelt – en is – niet goed. Wanneer je namelijk geen duidelijke grenzen stelt, levert dat stress op. Je voelt je boos, verontwaardigd of gefrustreerd. Boos over het feit dat niemand jouw mening lijkt te respecteren. Verontwaardigd zodra een collega over je heen loopt. Gefrustreerd zodra die vriendin wéér jullie lunch cancelled.

De enige manier om dit te stoppen, is door grenzen te leren stellen: leren aangeven wanneer je ergens genoeg van hebt — op een assertieve manier, natuurlijk.

Hoe?

Door deze 3-stappen-methode toe te passen(die je doorgaans enkel leert tijdens een assertiviteitscursus!)

Stop! Grenzen aangeven in 3 stappen

Stap 1. Bepaal waar jouw grenzen liggen

Heb je daar al eens over nagedacht? Écht nagedacht over waar jij de streep trekt, of ga je eerder uit van een gevoel? Dat laatste kan namelijk ook, maar het is geen gezonde assertieve optie.

Weet je namelijk niet welke normen en waarden je belangrijk vindt, dan lopen anderen daar zo overheen.

Denk daarom na over waar je de grens trekt: waar jouw persoonlijke ruimte ophoudt en die van anderen begint. Over waar je het wel of niet mee eens bent. Door een aantal stellingen aan te vullen kom je erachter.

  1. Anderen mogen niet… “ — tussen je spullen neuzen, bijvoorbeeld. Of je voor gek zetten waar anderen bij zijn.
  2. Ik heb het recht om te vragen om…” — privacy, of tijd voor jezelf.
  3. Om mijn tijd en energie te beschermen is het geoorloofd om…” — je telefoon in het weekend op stil te zetten, of om van gedachte te veranderen.

Tijdens een assertiviteitscursus denk je over deze dingen na. Ineens zie je in dat het het gedrag van die collega helemaal niet door de beugel kan. Of dat je het toch vervelend vindt wanneer die vriendin voor de zoveelste keer jullie afspraak verzet.

Je leert wat je grenzen zijn, en waar ze liggen.

Stap 2: Herken wanneer iemand over je grenzen heengaat

Zodra je grenzen hebt gesteld, is het belangrijk dat je jouw eigen grens-momenten gaat herkennen. Wanneer ben je bij een grens aanbeland? Wanneer gaat iemand bij je over de schreef?

Sta je toch toe dat die vriendin de afspraak verzet? Durf je toch geen ‘nee’ te zeggen tegen die extra workload? Of zeg je er weer niets van zodra iemand op zo’n toon tegen je spreekt?

Vraag jezelf af waarom je dat toestaat. Misschien is het omdat je confrontatie zoveel mogelijk uit de weg gaat, moeite hebt met om hulp vragen, of constant aardig gevonden wil worden.

Zodra jij weet waarom je anderen (of jezelf) over je grenzen heen laat gaat, kun je het grens-moment beter herkennen. Een assertiviteitscursus kan vervolgens samen met jou deze punten oppakken.

Stap 3: Bescherm je grenzen

Zodra je je eigen grenzen kent en weet wanneer iemand deze (haast) overschrijdt, moet je een keuze maken: ervoor kiezen je grens te laten overschrijden, óf kiezen je grens te beschermen.

Eerder koos je – vaak onbewust – voor de eerste optie. Na het volgen van een assertiviteitscursus durf je voor de twee mogelijkheid te gaan:

Jij beschermt niet alleen je grens, je schept ook duidelijkheid. Voor jezelf én anderen. Je spreek iemand die jouw grens overschrijdt aan — op een assertieve manier. Zonder met een vingertje te wijzen of een ander te beschuldigen.

Dit doe je door vanuit jezelf te spreken, door een gesprekstechniek te gebruiken die je tijdens een assertiviteitscursus leert:

“Wanneer… [observatie], voel ik me… [emotie] omdat ik… [behoefte] nodig heb. Zou je daarom… [verzoek].”

Bijvoorbeeld:

“Zodra je tussen mijn persoonlijke spullen snuffelt, wordt ik kwaad. Ik heb namelijk recht op privacy. Ik heb daarom liever dat je voortaan uit mijn bureaulade blijft.”

Afbeelding: https://images.unsplash.com/photo-1544393569-eb1568319eef?ixlib=rb-1.2.1&ixid=eyJhcHBfaWQiOjEyMDd9&auto=format&fit=crop&w=2550&q=80

Kortom: grenzen aangeven? Je doet het zo:

Je grenzen duidelijk voor ogen? Goed zo. Herken het moment waarop ze mogelijk overschreden worden en bescherm ze. Door duidelijk te zijn naar anderen, én naar jezelf. Geef je grens aan, vertel wat je niet (of juist wél wil) en sta erop dat een ander dit respecteert — zoals een assertiviteitscursus je zou leren.

Succes.